Veneuze chirurgie

Bloed bevat zuurstof en voedingsstoffen die uw lichaam nodig heeft om goed te kunnen werken. Het bloed stroomt vanuit het hart via de slagaders door de haarvaten naar de aders. Slagaders, haarvaten en aders vormen een uitgebreid netwerk waardoor het bloed overal in ons lichaam kan komen. Via de aders stroomt het zuurstofarm bloed terug naar de longen. In de benen bestaat het adernetwerk uit diepe aders, oppervlakkige aders en huidaders.  Om het bloed af te voeren als u rechtop staat , moet de bloedstroom tegen de zwaartekracht omhoog stromen. Aders krijgen daarbij de hulp van de samentrekkende kuitspieren, het aanzuigeffect van het hart en de eenrichtingskleppen in de aderen.  Als deze eenrichtingskleppen niet meer goed sluiten, stroomt het bloed terug in de benen in plaats van naar het hart. Het bloed hoopt zich op in de aderen en deze gaan door de hoge druk uitzetten. Deze uitgezette aderen worden spataders genoemd. Mogelijke klachten van spataders zijn vermoeide benen, jeuk, rusteloze benen, krampen en lokale pijn.  Indien de terugstroom van het bloed vanuit het been naar het hart onvoldoende is, kunnen er veranderingen aan het been te zien zijn zoals bruine verkleuringen, eczeem, zwelling en wonden. Omdat spataders de benen kunnen ontsieren speelt natuurlijk ook de esthetische factor een rol in jouw keuze om spataders te laten behandelen.

Tijdens een eerste raadpleging wordt de oorsprong en uitgebreidheid van de spataders in detail onderzocht.
Afhankelijk van jouw klachten, de diameter en de ligging van de spataders zullen wij één van de volgende behandelingen voorstellen:

Minisclerose : Ontsierende oppervlakkige adertjes (tele-angiëctasia, penseeladertjes) zonder doorliggende klepproblemen kunnen op de consultatie worden ‘drooggespoten’ met scleroserende inspuitingen. Door de vloeistof verschrompelen de adertjes. Deze inspuitingen gebeuren ambulant tijdens onze raadpleging en zijn niet pijnlijk; verdoving is hierbij dus niet nodig. 
Na deze behandeling dien je wél gedurende enkele dagen steunkousen te dragen om het effect van de inspuitingen te verhogen. Deze inspuiting kan een aantal keer herhaald worden als één inspuiting niet volstaat. 

Laserminisclerose : Ontsierende kleine bloedvaten in de huid zoals rond de enkels, coupe rose in het gelaat en décolleté en oppervlakkige spataders op de benen kunnen in aanmerking komen voor een behandeling met de laser. Het weglaseren van bloedvaten is een veilige technologie: Tijdens de behandeling wordt de laser energie selectief opgenomen in het hemoglobine van de rode bloedcellen waardoor het bloedvat zich als het ware ‘sluit’. We spreken van een selectieve opname van de energie omdat de andere huidstructuren gespaard blijven van de opwarming. U voelt een kortstondige branderige prik tijdens een pulse. De behandeling dient over het algemeen een aantal keer herhaald te worden voor een optimaal resultaat. 

Echogeleide foamsclerotherapie: Onder echogeleide wordt uw ader aangeprikt. De schuimvloeistof (foam) wordt ingespoten in de ganse ader. Dit middel zorgt voor een ontstekingsreactie in de spatader waardoor de wand zal verkleven. De ader verschrompelt als het ware. Deze techniek is heel geschikt voor kronkelige aderen, aderen met een kleine doorsnede of dieper gelegen oppervlakkige aders. Deze inspuiting kan een aantal keer herhaald worden als één inspuiting niet volstaat. 

Endoveneuze laser behandeling: Het uitschakelen van de spatader gebeurt door een dunne flexibele laserkatheter. Onder echo wordt de ader in het been aangeprikt en wordt de katheter in de ader geschoven tot aan de lies of kniekuil. Als de katheter op zijn plaats zit, wordt een beschermende vloeistof rondom de ader gespoten. De katheter wordt langzaam teruggetrokken zodat de laserenergie de ader verlittekent. De ingreep wordt uitgevoerd onder algemene, epidurale of lokale verdoving tijdens een opname van enkele uren in het dagziekenhuis.

Klassieke spatader operatie: Er wordt een kleine snee gemaakt in de lies of de knieholte. Het oppervlakkige bloedvat wordt opgezocht en de verbinding naar de diepe ader wordt verbroken. Vervolgens wordt de strippingkatheter in de ader ingebracht en ter hoogte van het onderbeen of de enkel weer opgevist. De ader wordt aan de stripperkatheter  vastgemaakt en op die manier verwijderd. De zijtakken worden via bijkomende kleine incisies verwijderd. De snee in de lies of knieholte wordt na de ingreep gesloten met resorbeerbare hechtingen. De kleine incisies voor de zijtakken worden dicht gekleefd met steristrips. De ingreep wordt uitgevoerd onder algemene of epidurale verdoving tijdens een opname van enkele uren in het dagziekenhuis.

Diep veneuze trombose: U kan op de consultatie vaat- en thoraxheelkunde terecht voor oppuntstelling en behandeling van een diep veneuze trombose. Bij een diepe veneuze trombose ontstaat er een bloedstolsel in de grotere aders van benen, armen of bekken. Het bloedstolsel zet zich vast aan de wand van een bloedvat, het belemmert de bloedstroom en kan de wand van het bloedvat beschadigen. Door de trombose kan de ader gedeeltelijk of volledig verstopt worden. De uitgebreidheid van de diep veneuze trombose wordt bepaald met een duplex echografie. De behandeling van een diep veneuze trombose is meestal een conservatieve behandeling met een combinatie van antistollingstherapie en compressietherapie. In uitzonderlijke gevallen dient chirurgisch ingegrepen te worden. Tijdens de raadpleging wordt besproken welke mogelijke behandelingen er zijn, de voor- en nadelen daarvan en de resultaten die u kunt verwachten.  

Oppervlakkige tromboflebitis: U kan op de consultatie vaat- en thoraxheelkunde terecht voor oppuntstelling en behandeling van een oppervlakkige tromboflebitis. Een tromboflebitis is een ontsteking van een ader. Doorgaans komt een tromboflebitis voor in een oppervlakkige ader van het onderbeen, maar het kan ook elders voorkomen. De uitgebreidheid van de tromboflebitis wordt bepaald met een duplex echografie. De behandeling van een oppervlakkige tromboflebitis is meestal een conservatieve behandeling met lokale anti-inflammatoire gel in combinatie met een elastische compressiekous. Bij een uitgebreide oppervlakkige tromboflebitis wordt een behandeling gestart met antitrombose inspuitingen gedurende 30 dagen in combinatie met elastische compressiekousen.

Lymfoedeem: U kan op de consultatie vaat- en thoraxheelkunde terecht voor oppuntstelling en behandeling van lymfoedeem van de onderste of bovenste ledematen. Het lymfesysteem is een afvoerend systeem, dat zich naast de bloedcirculatie bevindt in het hele lichaam. Het bestaat uit lymfevaten en lymfeklieren. Bij een niet of slecht functionerend lymfesysteem kan het vocht zich gaan ophopen in de weefsels en ontstaat zwelling van bijvoorbeeld een arm of een been. Deze zwelling wordt lymfoedeem genoemd. Lymfoedeem ontstaan meestal ter hoogte van de ledematen (armen en benen), maar ze kunnen echter ook op andere plaatsen in het gehele lichaam optreden. Oppuntstelling van lymfoedeem gebeurt op de consultatie door klinisch onderzoek en een duplex onderzoek. Voor verdere oppuntstelling van het lymfoedeem kan een lymfoscintigrafie gebeuren op de dienst radio-isotopen. Een lymfoscintigrafie kan de oorzaak van het lymfoedeem in beeld brengen en tevens de ernst van de aantasting van de lymfebanen bepalen. Op de consultatie wordt u begeleid in de behandeling van het lymfoedeem. 

Embolisatie van een varicocele : Als de aders rond de teelbal uitzetten, vormt zich een varicocele.  Mogelijke klachten zijn een zwaar, oncomfortabel, soms pijnlijk gevoel aan de zaadbal. Dit is het gevolg van de uitgezette bloedvaten. Deze zijn meestal goed voelbaar bij warm weer of bij het nemen van een warme douche. Uitgezette aders rond de teelbal zorgen ervoor dat deze te warm worden. Dit heeft invloed op de vruchtbaarheid. De meest varicoceles zijn aantoonbaar bij lichamelijk onderzoek. Als een varicocele wordt vermoed, bijvoorbeeld bij onbegrepen onvruchtbaarheid, kan aanvullend onderzoek worden uitgevoerd. Een echografie van de bloedvaten in de zaadbal laat zien of een varicocele aanwezig is. Indien de klachten, het klinisch onderzoek en het duplexonderzoek wijzen in de richting van een varicocele wordt een percutane flebografie van het bekken aangeraden. Tijdens dit onderzoek worden de  bekkenvenen in beeld gebracht. Tijdens het onderzoek kan aansluitend een embolisatie uitgevoerd worden van de zieke aderen van het bekken.

Embolisatie van een vena ovarica syndroom : Als de aders in de buik uitzetten vormt zich een kluwen rond de baarmoeder / blaas / eierstokken. Indien dit klachten geeft, spreekt men van een vena ovarica syndroom. Mogelijke klachten zijn een drukkende pijn of zwaartegevoel in de onderbuik, toenemende klachten bij langdurig rechtstaan, bij vrijen en bij menstruatie, zadelpijn bij fietsen, drukkend gevoel op de blaas, vergelijkbaar met een blaasontsteking en spataders in de schaamstreek. Tijdens de consultatie zal uw arts uw bekken en benen onderzoeken.

Een duplex onderzoek van het bekken en de benen is nodig om de uitgebreidheid van de aderen in te schatten en het verloop te kennen van de aders. Indien de klachten, het klinisch onderzoek en het duplexonderzoek wijzen in de richting van een vena ovarica syndroom wordt een percutane flebografie van het bekken aangeraden. Tijdens dit onderzoek worden de  bekkenvenen in beeld gebracht. Tijdens het onderzoek kan aansluitend een embolisatie uitgevoerd worden van de zieke aderen van het bekken.

Terug